De golfset: veertien clubs en wat ze doen
Je mag een ronde beginnen met maximaal 14 clubs en er tijdens de ronde nooit meer bij je hebben. Met minder beginnen mag, en dan mag je aanvullen. Welke club je pakt, bepaalt de loft: de schuine stand van het slagvlak. Weinig loft, zoals de driver, is laag en ver; veel loft, zoals een wedge, is hoog en kort. Een club lenen van een medespeler mag niet: ieder speelt met zijn eigen clubs.
Veertien clubs, en geen vijftiende
Alle clubs in je tas tellen mee, ook de putter en ook een club die je niet gebruikt. Ontdek je tijdens de ronde dat je er vijftien bij je hebt, bijvoorbeeld omdat de putter van je kind nog in de tas zat, dan krijg je twee strafslagen per hole waarop je die club bij je had, met een maximum van vier strafslagen voor de hele ronde.
Zodra je het merkt, neem je de club uit het spel, vóór je volgende slag: zeg het tegen je marker en zet hem ondersteboven in je tas. Sla je daarna toch nog met die club, dan ben je gediskwalificeerd. Merk je het vóór de ronde, dan laat je hem achter en is er niets aan de hand.
Breekt een club tijdens de ronde, dan mag je ermee doorspelen, hem repareren of hem vervangen, zolang de schade niet door misbruik kwam: een club die je uit woede tegen een boom slaat, mag je niet vervangen. De verstelbare kop van je driver tijdens de ronde in een andere stand zetten en daarmee slaan, kost diskwalificatie.
Loft verklaart je hele set
Loft is de schuine stand van het slagvlak, en de bal vliegt in de richting waarin dat slagvlak wijst. Meer loft is hoger en korter, minder loft is lager en verder. Daar komt bij dat een club met weinig loft langer is, en een langere club geeft meer snelheid. Met die twee dingen in je hoofd begrijp je elke club in je tas.

| Club | Waarvoor | Afstand als beginner |
|---|---|---|
| driver | de afslag op een lange hole, van de tee | 140 tot 200 meter |
| hout of hybride | lange slagen van de fairway en de afslag op een kortere hole | 120 tot 170 meter |
| 5-ijzer | de slagen naar de green van 100 meter en verder | 110 tot 150 meter |
| 7-ijzer | de middellange slag naar de green | 90 tot 130 meter |
| 9-ijzer | de kortere slag naar de green, met een hoge vlucht | 70 tot 110 meter |
| pitching wedge | korte hoge slagen naar de green en de chip | 50 tot 90 meter |
| sand wedge | de bunker en korte slagen over een obstakel | 30 tot 70 meter |
| putter | de bal rollen op de green | rolt over de green |
De bandbreedtes zijn ruim en gemeten tot waar de bal stil ligt. Sla jij korter, dan is er niets mis: bijna iedereen slaat in het begin korter dan hij denkt. Je eigen afstanden ken je pas na een stuk of tien rondes; schrijf op hoe ver een goed geraakte bal gaat en reken daarmee, niet met de beste slag van je leven. Bij twijfel neem je één club meer.
Een beginnersset is genoeg
Een beginnersset heeft meestal een driver, een hout of hybride, de ijzers 6 tot en met 9, een pitching wedge, een sand wedge en een putter. Dat is ruim onder het maximum en genoeg voor elke slag op de baan. Een hybride is een kruising van een hout en een ijzer en is voor de meeste beginners makkelijker dan een lang ijzer.
Laat je bij je eerste set voorlichten in een golfwinkel: je lengte, je kracht en de snelheid van je swing bepalen welke lengte en welke schacht bij je passen, en dat zie je aan een foto in een webshop niet af. Een tweedehands set die bij je past, speelt prettiger dan een nieuwe die dat niet doet.
De bal, de tee en de afstandsmeter
Je speelt met een goedgekeurde bal, en dat is elke bal van een gewoon merk. Je begint elke hole met één bal en speelt die hole ermee uit; tussen holes mag je wisselen zo vaak je wilt. Is je bal tijdens de hole duidelijk ingesneden of gebarsten, dan mag je hem vervangen, na markeren; is hij alleen vies of bekrast, dan niet.
Zet met een stift een eigen merkteken op al je ballen en zeg op de eerste afslagplaats welk merk en nummer je speelt. Een tee mag maximaal 4 inch lang zijn, ruim 10 centimeter. Een afstandsmeter of een app mag je gebruiken om afstanden te meten, maar niet om het hoogteverschil of de wind te meten, en ook niet om je een club te laten adviseren. Zet die functies dus uit.
Welke slag hoort bij welke situatie?
De meeste slagen van een ronde vallen binnen 50 meter van de green. Een chip is een korte, lage slag vanaf de rand: de bal vliegt een klein stuk en rolt het grootste deel. Een pitch is de hogere slag met een wedge, voor als er iets tussen je bal en de green ligt. En op de green rol je met de putter, waarbij de afstand belangrijker is dan de richting.
Uit het zand sla je met de sand wedge, en dan raak je de bal niet: je raakt het zand een paar centimeter achter de bal, en het zand neemt de bal mee. Dat is geen regelprobleem, want de club raakt het zand pas in de neerzwaai; vóór de slag blijft hij erboven. Hoe je de swing maakt, leer je van een pro op de drivingrange.
Situaties op de baan
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Op hole 3 ontdek je dat er vijftien clubs in je tas zitten.
Twee strafslagen per hole waarop je hem bij je had, met een maximum van vier. Neem de club meteen uit het spel en zeg het tegen je marker, vóór je volgende slag.
Je medespeler biedt je zijn hybride aan voor één slag.
Dat mag niet: ieder speelt met zijn eigen clubs. Lenen van een andere speler op de baan kost de algemene straf, ook al blijf je onder de veertien.
Je bal is na een slag tegen een boom duidelijk gebarsten.
Markeer de plek, neem hem op zonder schoon te maken en kijk. Is hij ingesneden of gebarsten, dan mag je een andere bal terugplaatsen; is hij alleen bekrast, dan speel je met dezelfde bal door.
Veelgestelde vragen over de golfset
Mag ik met minder dan veertien clubs beginnen?
Ja, en je mag tijdens de ronde aanvullen tot veertien, bijvoorbeeld met een club die je tussen twee holes uit je auto haalt. Lenen van een andere speler mag niet.
Welke clubs heb ik als beginner echt nodig?
Een driver of hout, een hybride, de ijzers 6 tot en met 9, een pitching wedge, een sand wedge en een putter. Daarmee speel je elke slag op de baan.
Mag ik een afstandsmeter gebruiken?
Ja, voor afstanden. Het hoogteverschil en de wind meten mag niet, en een apparaat dat je een club adviseert ook niet. Zet die functies uit.
Hoe ver zou ik moeten slaan?
Als beginner met een 7-ijzer ongeveer 90 tot 130 meter, met een driver 140 tot 200. Tussen twee opeenvolgende ijzers zit ongeveer tien meter. Meet na tien rondes je eigen afstanden.