GOLF 58 — Leer en Speel

De golfregels, in de volgorde van een ronde

Golf speel je over 18 holes, of 9, waarbij je de bal in zo min mogelijk slagen in de hole speelt. Twee afspraken lopen door alle regels heen: je speelt de baan zoals je hem aantreft en de bal zoals hij ligt. De uitzonderingen daarop zijn de regels, en die hangen af van het gebied waarin je bal ligt. Er is geen scheidsrechter: je telt zelf, je past je eigen straf toe en je mag de regels tijdens je ronde altijd opzoeken. Hieronder staan ze in de volgorde van een ronde.

Golf in het kort

Een baan heeft achttien holes, of negen als hij kleiner is. Elke hole is een eigen stuk baan: hij begint op de afslagplaats en eindigt in een gat van 10,8 centimeter in een kortgemaaide vlakte, de green. Golfers zeggen hole tegen allebei: het gat en het hele stuk baan.

Je doel is eenvoudig: sla de bal in zo min mogelijk slagen in de hole. Elke slag telt, ook de misser waarbij je de bal niet raakt. Ligt de bal stil in de hole, dan is hij uitgeholed en loop je naar de volgende afslagplaats. Je score voor de ronde is het totaal van al je slagen plus de strafslagen die je onderweg opliep.

De twee grondbeginselen zie je in bijna elke regel terug. Je speelt de baan zoals je hem aantreft: geen tak afbreken, geen gras plattrappen, geen kuiltje vlakker maken. En je speelt de bal zoals hij ligt: in een voetstap in het zand, in lang gras, tegen een boomwortel. Alle uitzonderingen daarop staan hieronder, en die kosten soms een strafslag en soms niets.

De geest van het spel

De regels beginnen met wat ze van elke speler verwachten, en dat is meer dan de letter van de regel. Golfers noemen het de etiquette, en het examen ook: tien van de dertig vragen gaan erover. Het bestaat uit drie normen.

Op de normen zelf staat geen strafslag, maar wie zich ernstig misdraagt kan door de wedstrijdleiding uit de wedstrijd worden gezet, en veel banen hebben een eigen gedragscode als Plaatselijke Regel. Belangrijker: je medespelers onthouden het.

Jij past de regels toe

Golf heeft geen scheidsrechter die je op de vingers tikt. Je wordt geacht te weten wanneer je een regel overtreedt, en je past de straf zelf toe. Ken je een straf en pas je hem opzettelijk niet toe, dan ben je gediskwalificeerd. Twijfel je, dan mag je de wedstrijdleiding om hulp vragen; is er niemand, dan speel je door en leg je het na afloop voor.

Veel regels vragen je om een plek te bepalen: waar je bal het water in ging, waar hij lag voordat hij bewoog. Dat kan niet altijd op de centimeter. Doe je eerlijk en zorgvuldig wat je redelijkerwijs kunt, dan blijft je inschatting staan, ook als achteraf blijkt dat het net anders was.

De regels kennen drie niveaus van straf. Eén strafslag krijg je bij kleine overtredingen en als je met straf ergens anders mag spelen. De algemene straf is twee strafslagen in strokeplay en verlies van de hole in matchplay; die krijg je voor de meeste andere overtredingen. En daarboven staat diskwalificatie, bij ernstig wangedrag en als je score niet klopt.

De baan: vijf gebieden

Elke keer dat je bij je bal aankomt, stel je jezelf één vraag: in welk gebied ligt hij? De regels delen de baan in vijf gebieden: het algemene gebied, de afslagplaats van de hole die je speelt, alle bunkers, alle hindernissen en de green van de hole die je speelt. Het gebied bepaalt wat je mag.

Bovenaanzicht van één hole met de vijf gebieden in kleur: de afslagplaats met twee teemarkers, de fairway en de rough als het algemene gebied, twee bunkers, een vijver als hindernis en de green met de vlaggenstok; de green van een andere hole ernaast heeft de kleur van het algemene gebied
Eén hole van boven, met de vier bijzondere gebieden in kleur. Het algemene gebied is alles wat overblijft.

Je bal ligt in een bijzonder gebied zodra een deel van de bal dat gebied raakt. Ligt hij tegelijk in twee bijzondere gebieden, dan gaat hindernis voor bunker en bunker voor green. Raakt hij geen enkel bijzonder gebied, dan ligt hij in het algemene gebied: fairway, rough, bomen, de voorgreen, en ook de greens en afslagplaatsen van andere holes.

Buiten de baan is geen gebied van de baan. De grens staat met witte palen of een witte lijn aangegeven, en je bal is er pas buiten als hij er helemaal buiten ligt. Gele en rode palen markeren een hindernis, blauwe palen grond in bewerking. Een losse hindernispaal mag je weghalen; witte palen blijven altijd staan.

Je clubs en je bal

Je mag een ronde beginnen met maximaal veertien clubs en er tijdens de ronde nooit meer bij je hebben. Alle clubs tellen mee, ook de putter. Met minder beginnen mag, en dan mag je aanvullen. Een club lenen van een andere speler op de baan mag niet: ieder speelt met zijn eigen clubs.

Ontdek je onderweg dat je er vijftien hebt, dan kost dat twee strafslagen per hole waarop je die club bij je had, met een maximum van vier voor de hele ronde. Neem hem meteen uit het spel en zeg dat hardop. Breekt een club tijdens de ronde, dan mag je ermee doorspelen, hem repareren of hem vervangen, zolang de schade niet door misbruik kwam.

Je begint elke hole met één bal en speelt die hole ermee uit; tussen twee holes mag je wisselen zo vaak je wilt. Is je bal tijdens de hole duidelijk ingesneden of gebarsten, dan mag je hem na markeren vervangen; is hij alleen vies of bekrast, dan niet. Zet een eigen merkteken op je ballen en zeg op de eerste tee welk merk en nummer je speelt.

Een afstandsmeter of een app mag je gebruiken om afstanden te meten, maar niet voor het hoogteverschil of de wind, en ook niet om je een club te laten adviseren. Zet die functies uit.

Veiligheid gaat voor

Een golfbal verlaat de club bij een goede afslag met zo'n 200 kilometer per uur. Daarom slaat niemand zolang er iemand binnen bereik staat, en dat is verder dan je denkt. Kijk voor elke slag waar de groep voor je is, waar de groep op de hole ernaast is en waar je medespelers staan. Twijfel je of het al kan, dan kan het nog niet.

Vliegt een bal richting mensen, dan roep je zo hard als je kunt fore, meteen en in de richting van het gevaar, ook als een ander de bal sloeg. Hoor je fore, kijk dan niet om: hoofd omlaag, armen om je hoofd, rug naar het geluid. Bij onweer mag je zelf stoppen met spelen, zonder op iemand te wachten.

Bovenaanzicht van een speler die klaarstaat voor een slag, met de speellijn als pijl naar voren; de veilige plek staat schuin achter de speler, buiten het bereik van de club en buiten de lijn van de bal; de onveilige plekken zijn doorgestreept
De veilige plek als een ander slaat: schuin achter de speler, buiten het bereik van de club en buiten de lijn van de bal.

Speeltempo en zorg voor de baan

Achttien holes horen in ongeveer vier uur klaar te zijn. In strokeplay mag je daarom ready golf spelen: je slaat zodra je klaarstaat en het veilig is, ook als je volgens de volgorde nog niet aan de beurt bent. Zodra je aan de beurt bent, hoor je je slag binnen 40 seconden te doen. Onnodig oponthoud levert wel straf op: eerst één strafslag, dan twee.

Je tempo meet je aan de groep vóór je. Verlies je een hele hole afstand en staat de groep achter je te wachten, dan laat je die door. Verder: zet je tas alvast aan de kant van de volgende afslagplaats, verlaat de green meteen als iedereen heeft uitgeholed en noteer de scores op de volgende tee.

Zorg voor de baan is net zo concreet. Leg je plag terug en stamp hem aan. Repareer je pitchmark meteen, van de zijkant naar het midden, zonder de grond op te tillen. Hark de bunker zodra je bal eruit is en leg de hark terug zoals de baan het wil. En blijf met je trolley van de green en de afslagplaats af.

De afslagplaats

De afslagplaats is een rechthoek: de voorkant is de lijn tussen de voorste punten van de twee teemarkers, de zijkanten lopen daarvandaan recht naar achteren en de diepte is twee clublengtes. Je bal ligt erop als een deel van de bal hem raakt of erboven is; je voeten mogen erbuiten staan.

Tekening van boven: twee teemarkers met daartussen de voorste lijn, een rechthoek van twee clublengtes diep naar achteren met een driver als maat langs de zijkant, een bal op de voorste lijn die er half overheen steekt met een vinkje, een bal een centimeter vóór de lijn met een kruisje, en de voeten van een speler die buiten de zijkant van de rechthoek staan met een vinkje
De afslagplaats van boven: twee teemarkers, twee clublengtes diep, en de bal die half over de voorste lijn steekt is nog binnen.

Hier mag je juist wél verbeteren: het gras achter je bal plattrappen, zand aandrukken, gras buigen en dauw wegvegen. Alleen de teemarkers blijven staan; verzetten kost twee strafslagen. Valt je bal van de tee voordat je slaat, dan zet je hem zonder straf opnieuw op. Mis je de bal helemaal, dan telt die slag wél.

Sla je van buiten de afslagplaats, ook een centimeter voor de markers, dan kost dat in strokeplay twee strafslagen en moet je opnieuw van binnen de markers spelen; die eerste slag telt niet mee. In matchplay is er geen straf, maar mag je tegenstander de slag laten overdoen.

Op de eerste hole bepaalt de startlijst of een loting wie begint. Daarna heeft de speler met de laagste brutoscore op de vorige hole de eer. Na de afslag speelt steeds de bal die het verst van de hole ligt als eerste, al mag je in strokeplay ready golf spelen.

De bal spelen zoals hij ligt

Zodra je bal stilligt, mag je vier dingen niet verbeteren: de ligging van je bal, de ruimte voor je stand, de ruimte voor je swing en je speellijn. Geen tak wegbuigen, geen gras plattrappen achter je bal, geen zand wegvegen, niets verplaatsen dat groeit of vastzit. Dat kost twee strafslagen.

Wat wel mag: je voeten stevig neerzetten, op een redelijke manier bij je bal komen en een stand innemen, je club licht op de grond laten rusten en je slag maken, ook als je club daarbij een tak raakt. Wie een tak breekt tijdens de slag zelf, heeft niets fout gedaan; wie hem vooraf wegbuigt, wel.

Losse natuurlijke voorwerpen, zoals een blad, een takje of een steen, mag je overal weghalen, ook in de bunker en de hindernis. Maar beweegt je bal daardoor, dan kost dat één strafslag en plaats je hem terug. Bij een los obstakel, zoals een hark of een flesje, is een bewegende bal juist geen straf.

Tekening in twee helften: links losse natuurlijke voorwerpen naast een bal, een blad, een takje, een steen en een dennenappel met een vinkje en de tekst weghalen mag, beweegt de bal: één strafslag, en een groeiende tak en een steen die vastzit met een kruisje; rechts losse obstakels naast een bal, een hark, een flesje en een pion met een vinkje en de tekst weghalen mag, beweegt de bal: geen straf, en een sproeikop en een paaltje van een pad als vast obstakel
Links de natuur, rechts wat mensen maakten. Het verschil bepaalt wat een bewegende bal je kost.

Beweegt je bal voordat je slaat, dan bepaalt de oorzaak wat je doet. Deed je het zelf, buiten de green, dan is dat één strafslag en plaats je hem terug. Deed de wind het, dan speel je van de nieuwe plek zonder straf. Deed een dier, een toeschouwer of een medespeler het, dan plaats je hem terug zonder straf.

Advies vragen mag alleen aan je caddie, en geven mag niet: welk ijzer iemand sloeg, hoe hij de slag doet, hoe de green loopt. Dat kost allebei twee strafslagen. Afstanden, waar de vlag staat en waar de hindernis begint, mag iedereen je zeggen.

Droppen en ontwijken zonder straf

Van een plas, grond in bewerking, een gat van een dier of een vast obstakel zoals een sproeikop mag je buiten een hindernis zonder straf ontwijken. Je bepaalt het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering, meet daarvandaan één clublengte niet dichter bij de hole, en dropt in dat gebied.

Een speler van opzij laat een bal los op kniehoogte, met een pijl recht naar beneden naar een dropzone van één clublengte op de grond; ernaast drie kleine beelden van de dropzone als halve schijf onder het referentiepunt, met de kant van de hole afgesneden door een rode stippellijn: een bal die in de dropzone blijft liggen met een vinkje, een bal die eruit rolt met de tekst opnieuw droppen, en een hand die na de tweede drop de bal plaatst op de plek waar hij de grond raakte
Droppen doe je zelf, van kniehoogte, recht naar beneden in de dropzone. Rolt de bal eruit, dan drop je opnieuw.

De bal moet in de dropzone tot stilstand komen. Rolt hij eruit of dichter bij de hole, dan drop je opnieuw; rolt hij de tweede keer weer weg, dan plaats je hem op de plek waar hij bij die tweede drop de grond raakte. Verkeerd gedropt en gespeeld kost één strafslag, of twee als de bal buiten de dropzone lag.

Moet je bal juist terug op zijn oude plek, dan markeer je eerst: een balmarker direct achter of naast de bal. Opnemen zonder markeren kost één strafslag. Een bal die je opneemt om te ontwijken of van de green mag je schoonmaken; een bal die je opneemt om hem te herkennen alleen zover als nodig.

Ook een ingebedde bal, die door je eigen slag in zijn eigen pitchmark zit, mag je in het algemene gebied zonder straf ontwijken, en van de green van een andere hole móét je ontwijken. In een hindernis bestaat ontwijken zonder straf niet.

De bunker

Je bal ligt in de bunker als een deel van de bal het zand binnen de rand raakt. Ligt hij op gras, op de graslip of op de wand van aarde, dan ligt hij in het algemene gebied en gelden de gewone regels.

Voor je slag mag de club het zand niet raken: niet om te testen, niet vlak voor of achter de bal, niet bij een oefenswing en niet in je backswing. Elk daarvan kost twee strafslagen. Je mag wel je voeten ingraven, harken uit zorg voor de baan, je tas in het zand zetten en losse takjes en de hark weghalen.

Een bunker van opzij met een bal in het zand; een speler in stand met de club boven het zand en een vinkje; ernaast vier kleine beelden met een kruisje: een hand die het zand voelt, een club die het zand achter de bal raakt, een oefenswing door het zand en een backswing door het zand; daaronder drie beelden met een vinkje: voeten die zich ingraven, een tas in de bunker en een hark die de bunker aanharkt
Vier dingen die voor de slag niet mogen, en drie die juist wel mogen.

Zodra je bal de bunker uit is, mag je alles harken. Ligt hij er nog in, dan wacht je daarmee: zand gladharken dat je volgende slag makkelijker maakt kost twee strafslagen. Ligt je bal onspeelbaar onder de lip, dan heb je drie opties binnen de bunker voor één strafslag, of eruit recht naar achteren voor twee.

Water: de gele en de rode hindernis

Elke vijver, sloot en beek is een hindernis, ook als hij droogstaat, net als elk gebied dat de baan als hindernis heeft aangewezen. De grens staat met gele of rode palen of lijnen aangegeven en loopt recht omhoog, dus een bal in een boom boven het water ligt erin. Ontbreekt de kleur, dan is de hindernis rood.

Spelen zoals hij ligt mag gewoon, zonder straf en zonder bijzondere beperkingen: je mag je club neerzetten, het water raken en losse takken weghalen. Wil je eruit, dan kost dat één strafslag, en draait alles om het punt waar je bal de grens voor het laatst kruiste.

Bovenaanzicht van een hole met een vijver; links een gele hindernis met de bal in het water, het kruispunt op de grens, een pijl terug naar de afslagplaats voor slag en afstand en een lijn van de hole door het kruispunt naar achteren met een cirkel van één clublengte; rechts dezelfde vijver rood, met dezelfde twee opties plus een halve cirkel van twee clublengtes naast het kruispunt voor zijwaarts ontwijken
Dezelfde vijver twee keer: links geel met twee opties, rechts rood met de zijwaartse dropzone erbij.

Bij geel heb je twee opties: slag en afstand, of recht naar achteren op de lijn van de hole door dat kruispunt, zo ver terug als je wilt. Bij rood komt daar een derde bij: zijwaarts, twee clublengtes vanaf het kruispunt, niet dichter bij de hole en niet in de hindernis.

Je hoeft je bal niet gevonden te hebben, als het maar bekend of praktisch zeker is dat hij in de hindernis ligt. Twijfel je, dan is hij verloren. En in een hindernis bestaan de uitwegen zonder straf niet: geen tijdelijk water, geen vast obstakel, geen ingebedde bal en geen onspeelbare bal.

Slag en afstand, verloren en onspeelbaar

Slag en afstand is de basis onder alles: één strafslag en opnieuw spelen van de plek van je vorige slag. Vanaf de afslagplaats mag je overal binnen de markers opnieuw opteeën, elders drop je binnen één clublengte van die plek. Je mag het altijd kiezen, waar je bal ook ligt.

Je bal is verloren als je hem niet binnen drie minuten vindt nadat je begon met zoeken. Een bal die daarna opduikt is een verkeerde bal. Verloren buiten een hindernis of buiten de baan betekent slag en afstand; er is geen andere weg, tenzij de baan de Plaatselijke Regel heeft waarmee je met twee strafslagen aan de rand van de fairway mag droppen.

Bovenaanzicht van een hole met rechts witte palen; een bal net binnen de grens met een deel op de baan en een vinkje, een bal helemaal buiten de palen met een kruisje en een bal die deels op de witte lijn en deels op de baan ligt met een vinkje; links een speler op de afslagplaats met een tekstwolk provisioneel, een stippellijn van de eerste bal naar het bos en een tweede lijn van de provisionele bal naar de fairway, met een klok van drie minuten bij de zoekplek
Rechts de grens van de baan: binnen, buiten en een bal op de lijn. Links de provisionele bal en de klok van drie minuten.

Denk je dat je bal verloren of buiten de baan is, sla dan meteen een provisionele bal, en zeg vóór die slag het woord provisioneel. Doe je dat niet, dan is die bal gewoon je bal in het spel met slag en afstand. Vind je de eerste bal binnen drie minuten op de baan, dan speel je die en tellen de slagen met de provisionele bal niet.

Ligt je bal tussen de wortels of in een struik, dan mag je hem onspeelbaar verklaren; jij bent de enige die dat beslist. Je hebt dan drie opties voor één strafslag: slag en afstand, recht naar achteren op de lijn van de hole door je bal, of zijwaarts binnen twee clublengtes, niet dichter bij de hole. In een hindernis kan het niet.

De green

Je bal ligt op de green zodra een deel van de bal de green raakt; ligt hij op de voorgreen, dan ligt hij in het algemene gebied. Op de green mag je je bal markeren, opnemen, schoonmaken en terugplaatsen, in die vaste volgorde, en de marker gaat weg voordat je putt.

De green van bovenaf: de hole met de vlaggenstok, een bal op de rand met een klokje van tien seconden, een bal met een balmarker, een pitchmark die met een pitchfork wordt gerepareerd, een bal half op de green en half op de voorgreen met de tekst op de green, en twee ballen in elkaars lijn waarvan er een wordt gemarkeerd
Acht situaties op en om de green bij elkaar, van de bal half op de voorgreen tot de bal op de rand van de hole.

Hier mag je zand en losse aarde wegvegen en schade repareren: pitchmarks, spikemarks en sporen van de vlaggenstok. Verder gaan dan repareren mag niet, en de green testen door er een bal over te rollen ook niet. Beweeg je op de green per ongeluk je eigen bal of je marker, dan is dat zonder straf: terugleggen en doorspelen.

De vlaggenstok mag blijven staan, bediend worden of eruit; je kiest vóór je slag. Raakt je bal de stok terwijl die in de hole staat, dan is er geen straf. Blijft je bal op de rand hangen, dan mag je erheen lopen en tien seconden wachten; valt hij later, dan telt er één slag bij.

Put je vanaf de green en raak je een stilliggende bal die ook op de green lag, dan kost dat in strokeplay twee strafslagen. Vraag een bal in je lijn dus te laten markeren. Speel je van buiten de green, dan is datzelfde geen straf.

Strokeplay, matchplay en Stableford

In strokeplay tel je alle slagen en strafslagen van alle holes op; de laagste totaalscore wint en je speelt tegen iedereen die meedoet. Elke bal moet in de hole: een putt goed geven bestaat hier niet. In matchplay speel je hole voor hole tegen één tegenstander, mag hij je volgende slag geven en is de algemene straf verlies van de hole.

Stableford is strokeplay met punten. Je doelscore is de par plus de slagen die je op die hole krijgt; met handicap 54 is dat par plus drie. Precies je doelscore is 2 punten, één eronder 3, één erboven 1, en meer dan één erboven of geen score 0. Kun je geen punten meer halen, dan pak je op en loop je door.

Een scorekaart van 9 holes met de kolommen hole, par, stroke index, slagen, extra slagen, doelscore en punten, per hole de rekensom naar punten, een totaal van 19 punten en de handtekeningen van speler en marker
Negen holes met per hole de rekensom van score naar punten, en onderaan de 19 punten van een qualifying ronde.

In strokeplay houdt een marker je score bij: na elke hole noemt hij je brutoscore en noteert die, na de ronde controleer jij, tekenen jullie allebei en lever jij de kaart in. Een te lage holescore is diskwalificatie, een te hoge blijft staan. Optellen doet de wedstrijdleiding.

Je starttijd is exact. Tot vijf minuten te laat kost de algemene straf op de eerste hole, later is het diskwalificatie. Twijfel je tijdens een wedstrijd in strokeplay over een regel, dan speel je de hole met twee ballen, zegt vooraf welke moet tellen en meldt het voordat je je kaart inlevert.

Handicap 54 en het examen

Wie in Nederland de baan op wil, heeft een handicap nodig, en je begint bij 54. Die haal je in drie stappen: de golfbaanpermissie bij een pro of club, het golfregelexamen van de NGF, en een qualifying ronde van negen holes waarin je 19 Stablefordpunten of meer haalt. De eerste twee mogen in willekeurige volgorde.

Het examen bestaat uit 30 vragen: 10 over etiquette, 19 over de regels en 1 over Stableford. Je hebt 60 minuten en 23 goede antwoorden zijn genoeg. Het is open boek, gratis, en je doet het in de app GOLF.NL of klassikaal op een club. Zakken is niet erg: je mag zo vaak opnieuw als je wilt.

Vroeger heette dit het GVB. Die term bestaat officiëel niet meer, maar iedereen op de baan gebruikt hem nog. Met handicap 54 boek je op bijna elke Nederlandse baan een starttijd, en telt elke ronde die je inlevert mee voor je handicap.

Wil je meer dan alleen de regels kennen?

Deze pagina geeft je de regels. De complete online golfcursus geeft je de zekerheid: achttien lessen in de volgorde van een ronde, een tekening bij elke regelsituatie, 332 vragen met het nummer van de regel bij elk antwoord, onbeperkt proefexamens uit een pool van 150 vragen en achttien memokaarten voor in je tas. Gemiddeld zes uur, in je eigen tempo.

Acht sporten, dezelfde aanpak

Spelregels, techniek en tactiek, voor elke sport op dezelfde manier.

Elke kaart opent de site van die sport

De cursus, vanaf € 14,99 per speler

Bekijk de pakketten