Je eerste ronde: zo gaat een dag op de baan
Een ronde begint thuis: je reserveert een starttijd voor negen of achttien holes in de app GOLF.NL of bij de baan. Die tijd is exact. Je meldt je bij de receptie, slaat in op de drivingrange en staat tien minuten voor je starttijd bij de eerste afslagplaats, met je scorekaart ingevuld. Op de eerste tee stel je je voor, zeg je welke bal je speelt en spreek je de volgorde af.
Wat je meeneemt
- je golfset, met niet meer dan 14 clubs
- ballen, meer dan je denkt nodig te hebben, met jouw merkteken erop
- tees, een balmarker en een pitchfork
- je handschoen, water en iets te eten
- een scorekaart en een potlood, of de app
- kleding voor het weer: een regenjas, een pet, zonnebrand
Leg de avond ervoor alles klaar; op de parkeerplaats is het te laat om te ontdekken dat de ballen thuis liggen. Vraag bij het reserveren gerust of er rustige uren zijn voor beginners.
Bij de baan
Bij aankomst meld je je bij de receptie of het secretariaat. Daar hoor je waar je begint, of er Plaatselijke Regels zijn en waar de drivingrange en de oefengreen liggen. Sla in op de range en put wat op de oefengreen, niet op de baan zelf. In een wedstrijd in strokeplay is oefenen op de baan vóór je ronde zelfs verboden.
De marshal, de man of vrouw in het karretje, bewaakt de starttijden en het tempo; wat de marshal zegt, doe je. Kijk naar de groep voor je, want die bepaalt straks jouw tempo, en naar de groep achter je, want die kijkt straks naar jou.
Op de eerste tee
Stel je voor aan je medespelers en zeg gerust dat het je eerste ronde is: iedereen heeft er een gehad en de meeste golfers helpen graag. Zeg welk merk en nummer bal je speelt en laat je merkteken zien. Spreek af wie begint; daarna heeft steeds de speler met de laagste score op de vorige hole de eer.
Kijk voor je eerste slag even op de achterkant van de scorekaart of op het bord bij de tee: daar staan de Plaatselijke Regels van deze baan. Welke palen wat betekenen, of er een dropzone is, en of de baan de regel heeft waarmee je een verloren bal met twee strafslagen aan de rand van de fairway mag droppen.
Spelen met een plan
Een beginner verliest de meeste slagen niet aan zijn swing, maar aan zijn keuzes. Stel jezelf op elke afslagplaats twee vragen: waar is het gevaar, en waar is de ruimte? Mik op de ruime kant, ook als de vlag aan de andere kant staat. Een bal in de rough kost hooguit een lastige slag, een bal buiten de baan kost slag en afstand.

Kies op de tee de club waarmee je de bal bijna altijd in het spel houdt, en dat is zelden de driver. Met handicap 54 is je doelscore op een par 4 een 7, dus je hoeft de green niet in twee slagen te halen: drie veilige slagen brengen je er ook, en dan blijven er vier over voor twee putts. Mik naar de green op het midden, niet op de vlag.
Ligt je bal in het bos, speel dan eerst terug naar de fairway, ook al win je geen meter. De gouden regel voor je eerste rondes: na een slechte slag nooit een tweede risico.
De marker en de kaart
Op je eerste ronde ben je waarschijnlijk ook marker voor een medespeler. Je noteert na elke hole zijn brutoscore, inclusief strafslagen, en jullie stemmen die af voordat jullie de volgende hole beginnen. Twijfel je aan een score, zeg het meteen, niet pas op de laatste green.
Na de ronde controleer je elke holescore op jouw kaart, tekent je marker, teken jij, en lever je de kaart in of voer je de score in de app in. Let op: een te lage holescore is diskwalificatie, een te hoge blijft staan. Optellen hoeft niet, dat doet de Commissie.
Als je de regel niet weet
Er komt een moment dat je niet weet wat je moet doen. In een wedstrijd in strokeplay speel je dan twee ballen: je zegt vooraf tegen je marker dat je dat doet en welke bal je wilt laten tellen, speelt de hole met allebei uit en meldt het vóór je je kaart inlevert. In een oefenronde beslis je het samen, speel je door en zoek je het thuis op.
Word niet boos op jezelf: elke golfer heeft ooit van een verkeerde plek gespeeld. Het gaat erom dat je het de volgende keer weet. En laat een regelvraag nooit de groep achter je ophouden.
Na de ronde
Je geeft je medespelers een hand, bedankt ze voor de ronde en gaat samen naar het terras; wie wint, betaalt aan de bar het eerste rondje, dat is de traditie. Was dit je qualifying ronde en haalde je 19 punten of meer, dan meld je dat bij de club, die handicap 54 registreert.
Begin klein. Een negen-holesbaan of een par-3-baan is de beste plek voor je eerste tien rondes: korter, rustiger, en dezelfde regels.
Situaties op de baan
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Je starttijd is 10.00 uur en je staat om 10.03 uur op de tee.
Tot vijf minuten te laat kost de algemene straf op de eerste hole, dus in strokeplay twee strafslagen. Later dan vijf minuten is diskwalificatie.
Je weet in een oefenronde niet wat je moet doen met een bal tegen een paaltje.
Beslis het samen met je medespelers, speel door en zoek het thuis op. In een wedstrijd in strokeplay speel je twee ballen en meld je dat voordat je je kaart inlevert.
Je marker heeft op hole 5 een 6 genoteerd, maar je sloeg zeven keer.
Zeg het meteen en laat het verbeteren. Lever je een te lage holescore in, dan is dat diskwalificatie, ook als het een vergissing was; een te hoge score blijft gewoon staan.
Veelgestelde vragen over je eerste ronde
Hoe lang duurt een ronde?
Achttien holes horen in ongeveer vier uur klaar te zijn, negen holes in twee. Voor je eerste rondes is een negen-holesbaan of een par-3-baan een prettige plek.
Wat trek ik aan?
Op de meeste banen een poloshirt met kraag en een nette broek of short, geen spijkerbroek, en golfschoenen met zachte noppen. Vraag het als je ergens voor het eerst speelt.
Moet ik een marker hebben?
In een qualifying ronde of een wedstrijd wel: die noteert je score en tekent de kaart. In een oefenronde met vrienden hoeft het niet, maar het went wel.
Wat als ik veel langzamer ben dan de rest?
Laat de groep achter je door en speel verder. Je tempo meet je aan de groep vóór je; blijf je daarbij in de buurt, dan is er niets aan de hand.