Op de green gelden andere regels
Je bal ligt op de green zodra een deel van de bal de green raakt. Daar mag je je bal markeren, opnemen, schoonmaken en terugplaatsen, zand en losse aarde wegvegen en schade repareren. Per ongeluk je eigen bal bewegen kost er geen straf. De vlaggenstok mag blijven staan, bediend worden of eruit; je kiest vóór je slag. En blijft je bal op de rand hangen, dan mag je tien seconden wachten.
Eerst: ligt je bal op de green?
Ligt hij half op de green en half op de voorgreen, dan ligt hij op de green. Ligt hij op de voorgreen, het iets langere gras eromheen, dan ligt hij in het algemene gebied en gelden de gewone regels: niet markeren, niet oppakken, niet schoonmaken. Dat verschil bepaalt ook wat er gebeurt als je bal een andere bal raakt.

Markeren in een vaste volgorde
De volgorde is altijd dezelfde: marker neerleggen direct achter of naast de bal, bal opnemen, schoonmaken, terugplaatsen op precies dezelfde plek, en dan de marker weghalen voordat je putt. Neem je de bal op zonder te markeren, of putt je terwijl de marker er nog ligt, dan kost dat één strafslag.
Ligt de bal van een medespeler in jouw lijn, of vlak bij de hole waar hij jouw bal zou kunnen tegenhouden, dan mag je hem vragen die te markeren en op te nemen. Hij doet dat zelf en legt hem daarna terug. Andersom geldt hetzelfde, en in strokeplay mag hij ook kiezen om eerst te putten.
Wat je hier wél mag verbeteren
Zand en losse aarde mag je wegvegen, met je hand of je pet. En schade mag je repareren: pitchmarks, spikemarks, sporen van de vlaggenstok, oude holepluggen, sporen van dieren, met je hand, een pitchfork, een tee of een club. Dat geldt ook als je bal nog naast de green ligt.
Wat niet mag, is verder gaan dan repareren: een spoor naar de hole aanstampen of natuurlijke oneffenheden weghalen zoals onkruid, kale plekken of beluchtingsgaten. Dat is de green verbeteren en kost twee strafslagen. De green testen door er een bal over te rollen of over het gras te wrijven mag tijdens de ronde ook niet.
Een bewegende bal op de green
Stoot je op de green je eigen bal per ongeluk aan met je putter, of trap je op je balmarker, dan is er geen straf: je legt de bal of de marker terug op de oude plek. In het algemene gebied zou datzelfde je één strafslag kosten. Ook als een medespeler in strokeplay jouw bal per ongeluk beweegt, is er geen straf.
Rolt je bal op de green weg door de wind, dan hangt het ervan af of je hem al had opgenomen. Had je hem gemarkeerd, opgenomen en teruggeplaatst, dan leg je hem terug op de oude plek. Had je hem nog niet opgenomen, dan speel je hem van zijn nieuwe plek.
De vlaggenstok: kies vóór je slag
Bij elke slag, ook van buiten de green, heb je drie keuzes: de stok laten staan, hem laten bedienen of hem weghalen. Laat je hem staan en raakt je bal hem, dan is er geen straf en speel je de bal waar hij komt te liggen. De stok scheef in de hole zetten om er voordeel van te hebben mag niet.
Komt je bal tegen de stok in de hole tot stilstand, kijk dan of een deel van de bal onder het oppervlak van de green zit. Zo ja, dan is hij uitgeholed, ook al zit hij niet helemaal in de hole. Zo nee, dan niet, en dan mag je de stok weghalen: valt de bal daarbij in de hole, dan leg je hem zonder straf terug op de rand en put je hem in.
Haal je de stok eruit, leg hem dan zachtjes neer, buiten ieders lijn, en gooi hem nooit. Zet hem na de laatste putt terug, haal de bal met je vingers uit de hole en verlaat de green.
De rand van de hole: tien seconden
Blijft je bal op de rand hangen, dan mag je rustig naar de hole lopen en daar nog tien seconden wachten. Valt de bal in die tijd, dan is hij uitgeholed met je vorige slag. Valt hij pas erna, dan is hij ook uitgeholed, maar telt er één slag bij. Langer wachten heeft dus geen zin.
Je bal raakt een andere bal
Put je vanaf de green en raakt je bal een stilliggende bal die ook op de green lag, dan kost dat in strokeplay twee strafslagen. Jouw bal speel je waar hij komt te liggen, de andere gaat terug op zijn plek. Daarom vraag je een bal in je lijn altijd te laten markeren. In matchplay is er geen straf.
Speel je vanaf buiten de green, bijvoorbeeld een chip vanaf de voorgreen, en raak je een bal op de green, dan is er geen straf. Het verschil zit dus in de plek waar jij vandaan sloeg, niet in waar de andere bal lag.
Hulp met de lijn
Hoe de green loopt, mag alleen je caddie of je partner je vertellen; van een medespeler is dat advies, en dat kost allebei twee strafslagen. Niemand mag een voorwerp neerleggen om je lijn te tonen, en tijdens je slag mag niemand een punt aanwijzen. Waar de hole is, mag iedereen je zeggen.
Situaties op de baan
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Je bal ligt half op de green en half op de voorgreen.
Hij ligt op de green: je mag hem markeren, opnemen en schoonmaken, en per ongeluk bewegen kost er geen straf.
Je putt en je bal raakt de bal van een medespeler die ook op de green lag.
Twee strafslagen in strokeplay. Jouw bal speel je waar hij komt te liggen, de zijne gaat terug. Vraag een bal in je lijn dus altijd te laten markeren.
Je bal blijft op de rand van de hole hangen.
Loop erheen en wacht tien seconden. Valt hij binnen die tijd, dan is hij uitgeholed met je vorige slag; valt hij later, dan telt er één slag bij.
Veelgestelde vragen over de green
Moet ik markeren voordat ik mijn bal oppak?
Ja. Opnemen zonder markeren kost één strafslag, en putten terwijl de marker er nog ligt ook.
Mag ik spikemarks repareren?
Ja. Pitchmarks, spikemarks, sporen van de vlaggenstok en oude holepluggen mag je repareren. Natuurlijke oneffenheden zoals kale plekken of beluchtingsgaten niet.
Mag de vlaggenstok in de hole blijven?
Ja, en raakt je bal hem, dan is er geen straf. Je kiest vóór je slag of je hem laat staan, laat bedienen of eruit haalt.
Mijn bal ligt tegen de vlaggenstok in de hole. Is hij erin?
Als een deel van de bal onder het oppervlak van de green zit wel. Zo niet, dan haal je de stok voorzichtig weg; valt de bal dan, dan leg je hem terug op de rand en put je hem in.