GOLF 58 — Leer en Speel

Droppen en ontwijken zonder straf

Droppen doe je zelf, vanaf kniehoogte, recht naar beneden en in de dropzone, zonder de bal te gooien of te draaien. De bal moet in de dropzone tot stilstand komen; rolt hij eruit of dichter bij de hole, dan drop je opnieuw. Rolt hij de tweede keer weer weg, dan plaats je hem op de plek waar hij bij die tweede drop de grond raakte. Van een plas, een sproeikop, een dierengat of grond in bewerking mag je zonder straf ontwijken.

Zo drop je

Kniehoogte is de hoogte van je knie als je rechtop staat. De bal valt recht naar beneden en raakt onderweg niets van jou of je uitrusting. Jij mag binnen of buiten de dropzone staan. Droppen doe je altijd zelf: niet je caddie, niet je medespeler.

Een speler van opzij laat een bal los op kniehoogte, met een pijl recht naar beneden naar een dropzone van één clublengte op de grond; ernaast drie kleine beelden van de dropzone als halve schijf onder het referentiepunt, met de kant van de hole afgesneden door een rode stippellijn: een bal die in de dropzone blijft liggen met een vinkje, een bal die eruit rolt met de tekst opnieuw droppen, en een hand die na de tweede drop de bal plaatst op de plek waar hij de grond raakte
De drop van kniehoogte en de drie uitkomsten: blijven liggen, opnieuw droppen, of na de tweede drop plaatsen.

Van heuphoogte, gegooid, via je schoen of buiten de dropzone: dan is de bal verkeerd gedropt. Zolang je nog niet hebt geslagen is er niets aan de hand, want je mag zo vaak opnieuw droppen als nodig. Sla je de bal toch, dan kost dat één strafslag als hij in de dropzone lag, en twee als hij erbuiten lag.

De dropzone in drie bouwstenen

Elke ontwijkregel beschrijft de dropzone met dezelfde drie bouwstenen, en daardoor hoef je ze maar één keer te leren. Het referentiepunt is het punt waarvandaan je meet. De afmeting is één of twee clublengtes. En de beperkingen zijn altijd: nooit dichter bij de hole dan het referentiepunt, en alleen in het gebied dat de regel voorschrijft.

De clublengte is de lengte van de langste club in je tas behalve de putter, voor bijna iedereen de driver. Je legt hem plat op de grond om te meten. Meet je met een kortere club, dan blijft de dropzone toch zo groot als je langste club.

Tekening van boven: een bal als referentiepunt in het algemene gebied, een driver plat op de grond die één clublengte aangeeft, een halve cirkel van één clublengte om de bal die aan de kant van de hole is afgesneden door een lijn met de tekst niet dichter bij de hole, daarnaast dezelfde tekening met twee clublengtes, en in de verte de vlag
De dropzone is een halve schijf: één of twee clublengtes vanaf het referentiepunt, met de kant van de hole eraf.

Waarvan je zonder straf mag ontwijken

De regels noemen vier dingen die niet bij de baan horen zoals hij bedoeld is. Samen heten ze abnormale baanomstandigheden, en van alle vier mag je zonder straf weg, met dezelfde procedure.

Je hebt een belemmering als je bal de omstandigheid raakt of erin ligt, of als die je stand of je swing lichamelijk in de weg zit. Je speellijn alleen telt niet, behalve op de green. En ontwijken is een keuze: je mag de bal ook spelen zoals hij ligt, en soms is dat slimmer.

Drie stappen in het algemene gebied

  1. Bepaal het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering: het punt dat het dichtst bij je bal ligt, niet dichter bij de hole, in het algemene gebied, waar je met de club, de stand en de swing die je van plan was geen last meer hebt. Neem die stand echt in; dat is de beste manier om het punt te vinden.
  2. Meet vanaf dat punt één clublengte. Dat is je dropzone: niet dichter bij de hole, in het algemene gebied, en de belemmering moet er helemaal weg zijn.
  3. Drop de bal van kniehoogte in de dropzone.
Bovenaanzicht van een fairway met een plas tijdelijk water, de hole bovenaan; een bal in de plas; voor een rechtshandige speler het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering vlak buiten de plas, niet dichter bij de hole, met de voeten buiten het water en een halve cirkel van één clublengte als dropzone; aan de andere kant van de plas hetzelfde punt voor een linkshandige speler
Het dichtstbijzijnde punt hangt af van jouw slag: voor een rechtshandige speler ligt het aan de andere kant van de plas dan voor een linkshandige.

Bij een plas waarin je zou moeten staan ligt het punt verder weg, want ook je voeten moeten droog staan. Kun je je bal niet vinden, maar is het bekend of praktisch zeker dat hij in de plas of in de grond in bewerking ligt, dan ontwijk je vanaf het punt waar hij de rand inging. Is dat niet zeker, dan is de bal verloren.

In de andere gebieden

Waar de bal ligtWat je doetStraf
het algemene gebieddroppen binnen één clublengte vanaf het dichtstbijzijnde punt zonder belemmeringgeen
de bunkerhetzelfde, maar punt en dropzone in de bunker; of recht naar achteren buiten de bunkergeen, of één strafslag buiten de bunker
de greenplaatsen op het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering; hier telt ook je speellijngeen
de hindernisontwijken zonder straf bestaat daar niet: spelen zoals hij ligt, of de opties van de hindernisgeen, of één strafslag

De ingebedde bal en de verkeerde green

Een bal is ingebed als hij door je vorige slag in zijn eigen pitchmark zit en een deel ervan onder het grondoppervlak ligt. Ligt hij zo in het algemene gebied, dan mag je zonder straf droppen binnen één clublengte recht achter die plek. Een bal die iemand in de grond heeft getrapt is niet ingebed, en in een bunker of hindernis geldt de regel niet.

Ligt je bal op de green van een andere hole, of staat je stand of je swing daarop, dan móét je ontwijken: spelen van een verkeerde green mag niet, ook niet met de putter. Je bepaalt het dichtstbijzijnde punt in het algemene gebied, meet één clublengte en dropt zonder straf.

Sommige banen wijzen met een Plaatselijke Regel een vaste dropzone aan, een gemaaid vak met een bordje bij een vijver of een stuk grond in bewerking. Dan mag of moet je daar droppen in plaats van zelf te meten. Het staat op de scorekaart.

Situaties op de baan

Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.

Je dropt en de bal rolt net buiten de dropzone. Je speelt hem daar.

Twee strafslagen, want je speelde van een verkeerde plaats. Rolt de bal eruit, dan drop je opnieuw; rolt hij de tweede keer weer weg, dan plaats je hem waar hij bij die tweede drop de grond raakte.

Je bal ligt droog, maar je moet met je voeten in een plas staan.

Dat is een belemmering: ook je stand telt. Je bepaalt het dichtstbijzijnde punt waar je droog staat, meet één clublengte en dropt zonder straf.

Er ligt een plas op de fairway, twee meter vóór je bal, precies op je lijn.

Geen belemmering, dus geen ontwijken. Buiten de green telt je speellijn niet mee; alleen je bal, je stand en je swing.

Veelgestelde vragen over droppen en ontwijken

Op welke hoogte drop ik?

Kniehoogte: de hoogte van je knie als je rechtop staat. Je laat de bal recht naar beneden vallen, zonder te gooien of te draaien.

Mag mijn caddie of medespeler voor me droppen?

Nee, droppen doe je zelf. Je mag daarbij wel binnen of buiten de dropzone staan.

Moet ik ontwijken als het mag?

Nee, het is een keuze. Soms is spelen zoals hij ligt slimmer, bijvoorbeeld als de plas alleen je schoenen nat maakt en je ligging goed is.

Wat is het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering?

Het punt dat het dichtst bij je bal ligt, niet dichter bij de hole, waar je met de club, de stand en de swing die je van plan was geen last meer hebt. Neem die stand echt in om het te vinden.

Wil je meer dan alleen deze regel kennen?

Voer de procedure op de baan uit in een halve minuut, zonder nadenken. Deze pagina geeft antwoord op één onderwerp. Met de complete cursus begrijp je hoe de regels, de situaties op de baan en je beslissingen samenhangen. Zo ga je het examen in met zekerheid en speel je je eerste ronde zonder twijfelmomenten.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler

Bekijk de pakketten

Acht sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de spelregels, de techniek en de tactiek van dat spel.